Aflevering 6: Zayna’s got talent!

Zayna ’s got talent!

Vandaag ga ik Zayna een klassiek lied voorschotelen. Gewoon om dat ook eens te proberen. Als de 9-jarige Amira Willighagen niet terugschrikt voor de Puccini aria ‘O mio babbino caro’ (http://youtu.be/VBMfgLvRZJs, en luister dan ook nog even naar Gordon als hij de titel herhaalt!), dan moet onze ongebreidelde Zayna het toch ook aandurven.
Eerst hebben we het over het verschil tussen een poppie sound en een klassiek geluid. Bij pop mag eigenlijk alles, bij klassiek moet de klank altijd ‘mooi’ zijn. Ik leg uit dat in klassiek ‘mooi’ betekent dat de toon gaaf en resonant is, en vrij van spanning rond de stemplooien. Dat van die stemplooien gaat Zayna te ver. “Ik vind ze eng,” zegt ze als ik haar een plaatje laat zien. Dan maar luisteren in plaats van kijken. Ik laat haar een mooie ronde resonante toon horen in een oefening over een terts. En dan zing ik een niet-resonante toon: een doffe, kale, platte toon. Dat is toch veel minder mooi? Bovendien draagt zo’n toon niet zo ver en dat moet nu eenmaal met klassiek, omdat je zonder microfoon zingt en toch hoorbaar moet zijn over tien of zelfs 100 orkestleden. Ah, de microfoon! Daar wordt Zayna enthousiast van. Ik haast me te zeggen dat je met microfoon ook gewoon goed en mooi moet zingen. “Maar ja, wat is mooi hè?” vraagt Zayna. “IK vind dit wel mooi,” zegt ze en spert haar rode lippen wijd open om een geweldige grunt in de microfoon te laten horen.